Fietsbloem.jouwweb.nl
Home » Reisverslagen » Jordanie-2010

 

Jordanië: De Konings Route

  
Jordanië, een land niet ver weg, maar een dagreis om er te komen, een reis die vooral bestaat uit wachten. Als we dan eindelijk op het vliegveld in Amman zijn moeten de dozen open want men wil vooral zien wat er inzit. Fotograferen is hier niet toegestaan.
 Ons is gevraagd om een flexibele opstelling, nou met de rijstijl op de wegen wordt hier ook heel flexibel omgegaan: op een tweebaansweg passen makkelijk 3 auto’s naast elkaar. Aangekomen in het hotel worden eerst de fietsen rijklaar gemaakt, vervolgens een briefing van de gids en kunnen we gaan slapen.

Onze fietsreis begint in het drukke Amman, Er wonen hier 1,8 miljoen mensen en het is de enige echt grote stad van Jordanië. Amman heeft een monotone bebouwing en ligt verspreid over twintig heuvels. Hoewel Amman zich heeft aangepast aan de moderne tijd, is het toch een oude stad, bekend als Rabbath Ammon in de oudheid en later als Philadelphia, één van de 10 Grieks-Romeinse steden uit de Dekapolis, de tiensteden-bond. Ooit een belangrijke pleisterplaats voor de Romeinen. Over een goede asfaltweg en met politie begeleiding fietsen we naar Jerash. Amman lijkt vrijwel geheel uit beton te bestaan. We verlaten de stad met stevige klimmetjes en diepe afdalingen. Als we Amman eenmaal achter ons hebben gelaten dan komen we tussen de dorre heuvels terecht en neemt de hitte per kilometer toe. Het is warm, zeg maar gerust heet, temperatuur loopt op naar 40 gr. Geen wonder dat het er zo dor uitziet, in het voorjaar moet het hier wel heel mooi zijn getuige de resten van planten. Auto’s passeren ons luid toeterend, chauffeurs steken hun duimen op en mensen roepen ons een Welkom in Jordanië toe, wat er verder geroepen wordt door kinderen verstaan we niet misschien maar goed ook.Een beetje laat bereiken we de lunchplek, de lunch bestaat uit een buffet, soep, rijst ,pasta, salades, smeersels en brood, rundvlees en kip. Deze gerechten komen ook sávonds weer op tafel en dat herhaalt zich elke dag.Na de lunch wacht ons een excursie door Jerash waar de Romeinen een prachtige stad hebben achtergelaten. We dwalen door de oude stad en zien prachtige zuilen, triomfbogen, overblijfselen van tempels en een forum. Het kost weinig moeite om je voor te stellen hoe het leven er hier vroeger heeft uitgezien…. We bezoeken een indrukwekkend half cirkelig theater wat erg goed bewaard is gebleven. Hier staan 5 mannen gehuld in traditionele kleding van de woestijn politie muziek te maken. De één blaast op een doedelzak, een ander trommelt er hevig op los en weer een ander doet het met een klein trommeltje. Het klinkt  mooi en we blijven luisteren. De mannen zijn nieuwsgierig en begroeten ons vriendelijk met een “Welcom to Jordan Via de Triomfboog van Hadrianus lopen we naar het Forum, de Tetra pylon en de prachtig opgezette Zuilengalerij. Onze gids Mustafa showt ons de altijd bewegende pilaren: in een holte wordt een lepel gestoken en vervolgens drukt hij tegen de pilaar en zie daar: de lepel gaat bewegen. Het is een zeer indrukwekkende excursie.  Rest ons nog door te fietsen naar Ajlun waar een ruïne nog getuigt van de strijd tussen Saladin en de kruisvaarders. Hier in het noorden is het duidelijk groener dan in Amman.

 

De volgende ochtend dag 2, gaan we eerst de ruïnes van de Romeinse Dekapolis bekijken, vanaf het terras van ons hotel hadden we er al een mooi uitzicht op. Het kasteel Qalat al-Rabat zou door Saladin als basis zijn gebruikt tijdens zijn zegevierende aanval tegen de Kruisvaarders : deze bereikte zijn hoogtepunt in 1187 met de verovering van Jeruzalem.De strategische positie van het kasteel liet toe de verbindingswegen tussen Zuid-Jordanië en Syrië te verdedigen. Met lichtsignalen kon, binnen één dag, een bericht worden doorgeseind van de Eufraat (Syrië) tot in Caïro (Egypte).Vanaf het kasteel van Ajlun hebben we een goed uitzicht over de Jordaan vallei en de Israëlische hellingen achter Jericho .Vanaf Ajlun dalen we met de fiets meer dan 1.000 m af in de groene vallei van de Jordaan, de grensrivier tussen Jordanië en Israel. Deze rivier zelf is niet groot, maar hij levert voldoende water om de Jordaan vallei te irrigeren en te gebruiken voor landbouw.Het doel is de Dode Zee, de zoutste zee op aarde. Deze zee bevat acht keer zoveel zout als iedere andere zee en er is geen plant of dier die hierin kan overleven. De Dode Zee is ruim 430 meter diep, 17 km breed en 80 km lang, en ligt 394 meter beneden de zeespiegel. Daarmee is deze zee het ultieme dieptepunt van de aarde!
Ook vandaag fietsen we weer met politie begeleiding. Onderweg prachtige vergezichten. De wegen zijn hier prima, alsof ze net voor onze komst in de woestijn zijn uitgerold. In een kleine stad worden er steentjes naar ons gegooid, onze politieman gaat er achteraan.
Het is een vreemde gewaarwording dat je op het water blijft drijven, zelfs gaan zitten lukt niet. Mijn huid voelt heerlijk zacht aan. Vanaf de Dode Zee reizen we door naar Mount Nebo. Hier brengen we een bezoek aan één van de beroemdste mozaïeken ter wereld: de kaart van de Jordaan vallei. Onderweg worden we nog even gewezen op een bizar natuurverschijnsel: op een gedeelte van de weg staat een sterke magnetische aantrekkingskracht, onze bus staat bergafwaarts de chauffeur zet de motor af en we zien de bus langzaam achteruit omhoog gaan, tegenover ons is een touringcar gestopt de chauffeur gaat naast zijn stoel staan en we zien de bus langzaam bergop rijden. Het is dat we het met eigen ogen zien anders zou ik het niet geloven.   Mount Nebo (of Jebel Naba) : hier zou de 120-jarige Mozes zijn gestorven nadat God hem het Beloofde Land Moab liet zien. Op de plaats waar de dood van Mozes wordt herdacht, werd een kruis van Jezus met de slang van Mozes opgericht.  We reizen verder door naar Madaba voor de overnachting.

De derde fietsdag wordt een lange en zware dag, we brengen ’s morgens eerst een bezoek aan de Grieks-orthodoxe Saint George kerk. In 1896 is hier een kaart gevonden van de Jordaan vallei. Deze kaart stamt uit de zesde eeuw en is opgebouwd uit twee miljoen mozaïekstukjes.  Over de Konings Route, een oude handelsroute tussen Damascus en Egypte, fietsen we vervolgens naar Al Karak, dat vooral bekend is om zijn kasteelruïne. Ditmaal niet van Saladin, maar van de Europese Kruisvaarders. Onderweg zien we als schril kontrast nomadenkampen rondom stadjes tegen kale zandbergen.  Vandaag hebben we twee Wadi’s te gaan: we dalen af en stijgen weer uit de diepe kloven van Wadi Al Hidan en Wadi Mujib. We stijgen en dalen meer dan 1000 m.  Ik kon me geen voorstelling maken van wat een Wadi is, nu wel: het is gewoon afzien, afdalen is spannend en leuk op een gegeven moment ging ik met 70KM per uur naar beneden, dat is griezelig hard dus heb ik maar flink in de remmen geknepen. Een Wadi uitstijgen is een ander verhaal. De eerste Wadi was goed te doen, de tweede was niet te doen, het is zo heet dat het lijkt of je een oven binnenrijd de bergen zijn verschrikkelijk stijl 10 tot 15% ik heb het geprobeerd maar ben ijlings terug gegaan naar de bus en ben mee naar boven gereden. Bij een restaurant  met uitzicht wordt er geluncht, een heerlijke plek. Na de Wadi’s is het landschap erg kaal en leeg een heel verschil met de prachtige kloof waar we doorheen zijn gereden.  We overnachten in Karak.

 

Een tweede zware fietsdag over de Konings Route brengt ons verder naar het zuiden. We fietsen door een dor en droog landschap met hier en daar een dorpje en aan beide zijde van de weg weer veel nomade tenten. Cor heeft maar een werkende rem vanwege het gevaar in de afdaling stapt hij even in de bus. Na een pittige daling en stijging ( doe ik ook in de bus) in Wadi Al Hasa bereiken we het stadje At Tafila. Vanaf hier fietsen we langs de rand van het plateau verder in de richting van het dorpje Dana. Dit dorp ligt aan de rand van Dana Nature Reserve, één van mooiste natuurreservaten van het land. Helaas kunnen we niet in het reservaat overnachten, maar wijken uit naar een soort van ruïne dorp. Onderweg prachtige vergezichten. Ondertussen wordt de temperatuur ook aangenamer en gaat het fietsen steeds beter. Het wordt duister en ik kan nog net de ondergaande zon opnemen. Ik voel me klein en nietig hier helemaal alleen op deze bergweg. We stijgen en dalen meer dan 1000 m. De afdaling naar het dorpje waar we overnachten is verschrikkelijk steil, het is ondertussen donker gelukkig wordt ik bijgelicht door een politieauto. Een ding weet ik zeker: dit fiets ik morgen niet omhoog. Als een van de laatste fietsers wordt ik met applaus ontvangen  het is nu half 7 geweest ik ben blij dat ik er ben. Het ziet er hier wel heel apart uit, er zijn wat huizen opgeknapt waar kamers worden verhuurd. Wij slapen samen met Jan en Grada op een kamer.  Eten doen we in een grote ruimte onder een soort van afdak. Er zijn hier meerdere groepen dus alles gaat op uur en tijd.

 De vijfde fietsdag brengt ons naar Wadi Musa, waar volgens de legende Mozes op de rots sloeg, waarna water uit de rost tevoorschijn kwam. Gelukkig worden wij onderweg ook regelmatig voorzien van water zodat we niet uitdrogen. Vlak bij Wadi Musa ligt Petra, de verborgen stad van de Nabateeërs. Dit volk leefde van de handel. De klim uit het dorp beleven we in de bus, geen enkele fietser treurt erom dat we hier niet fietsen de weg gaat loodrecht omhoog.  Fietsen doet men hier sowieso niet, de kinderen gaan hier op een ezel naar school. Bij de huizen staan dan ook meer ezels geparkeerd dan auto’s  Eenmaal op de fiets rijden we eerst door een kaal dor landschap, eenzaam in de natuur. We komen langst grotwoningen en een kasteel ruïne.  Maar dan belanden we in een sprookjesachtig landschap, vanaf een berg vlak voor een afdaling hebben we een adembenemend uitzicht over Petra. Vanaf hier is niet waar te nemen wat zich achter de bergen bevind. Eerst genieten van de afdaling die in mooie serpentines naar beneden gaat. We brengen een bezoek aan Little Petra, een klein voorproefje van wat ons morgen te wachten staat. Op ons gemak lopen we door het stadje en laten alles op ons inwerken, het is werkelijk prachtig mooie façades uitgehakt in rotsen met trapjes naar boven, kunstig hoe die mensen dat ooit gedaan hebben. Na nog een stevige klim en een afdaling door een spectaculair landschap arriveren we bij ons hotel Petra Inn. Sávonds genieten we van een heerlijk biertje op het dakterras van het MovenPick hotel

 

Vandaag dag 6 brengen we een bezoek aan Petra het hoogtepunt van onze reis. Met een bus worden eerst naar Baidha vervoerd. Van daaruit klauteren we 3 km lang over smalle richels en door kloven naar Ad Deir (Het Klooster), de grootste in de rotsen uitgehouwen façade aan de achterzijde van Petra. Het is niet bepaald een makkelijke wandeling wel heel leuk om te doen. Het ziet er hier heel indrukwekkend uit. Bij het klooster is een soort van winkeltje en drankstand, We genieten hier van een koele cola en kunnen zo op ons gemak de omgeving van het klooster in ons opnemen. Via een trappenstelsel dalen we vervolgens af naar de Romeinse weg, de paleisgraven, de High Place en El-Khazneh (De Schatkamer). Ezeltjes draven met toeristen op hun rug de trappen op en af, wij blijven het op eigen kracht doen. Regelmatig moeten we opzij want de ezels gaan voor niemand uit de weg. Onderweg worden we meerder malen aangeklampt om souvenirs te kopen, het zijn veelal vrouwen die de souvenir stalletjes bemannen we worden gelokt met kreten als: kijken, kijken, kopen bij de HEMA 1 dinar, en koop hier, alles 1 dinar Maar als je iets wil hebben kost het ineens veel duurder en moet er stevig worden onderhandeld. Lunchen doen we hier in een restaurant, weer het gebruikelijke buffet. Na de lunch gaan we dan richting schatkamer El-Khazneh aan de voorzijde, natuurlijk zijn wij hier niet alleen dus is het moeilijk om een mooie foto te maken. Hier splitst de groep in tweeën, een aantal mensen gaat terug naar het hotel en wij gaan met Martin nog een berg op naar het offerplateau vanwaar je een prachtig uitzicht hebt over de stad. Het wordt weer een flinke klimpartij aangezien we maar een keer hier zijn nemen we dat voor lief en klimmen dapper verder dan maar doodmoe vanavond. Ik had dit echt niet willen missen het is werkelijk prachtig om zo van bovenaf over de hele stad te kijken. Via een andere route gaan we weer terug naar beneden en komen weer prachtige façades tegen. Bij de schatkamer aangekomen is het nu een stuk rustiger er is bijna niemand dus snel nog even een paar kiekjes maken. Vanaf de schatkamer lopen we door de Siq, de beroemde smalle kloof die in de film Indiana Jones and the Last Crusade nog als eindlocatie heeft gediend, terug naar ons hotel. Op sommige punten is de kloof heel erg smal. Het begint al donker te worden, ondertussen worden de kaarsjes al aangestoken voor de lichtjes tocht van vanavond, het ziet er gezellig uit. We hebben nog een paar km te gaan en dan bereiken we moe maar voldaan ons hotel het is dan kwart voor zeven, het was een lange vermoeiende dag, een dag om nooit te vergeten.

 

Vol goede moed beginnen we aan onze laatste fietsdag naar Wadi Rum, een tentenkamp in een verlaten woestijngebied. Het eerste deel is weer heel steil klimmen dus gaan we allemaal de bus in tot het wat vlakker wordt en we op de fiets stappen en genieten van prachtige vergezichten tot de Dessert Highway, een saaie weg met veel (vracht)verkeer. Op dit kruispunt wacht ons vervoer naar Wadi Rum. Naar onze begrippen is het tamelijk rustig op de Highway het is echter geen weg om op te fietsen. Hier en daar zitten vrachtwagenchauffeurs op een matje voor hun auto te bidden terwijl andere auto’s hun voorbij razen, het is een vreemd gezicht .Bij het verlaten van deze snelweg stappen we weer op voor de laatste 35 km naar Wadi Rum.  We rijden langs de Seven Pillars of Wisdom van Lawrence of Arabia, een Britse officier die hier tussen 1914 en 1918 een Arabisch eenheid moest creëren om de Turkse overheersing in het Midden Oosten te ondermijnen.  Wadi Rum is een uitgestrekt woestijngebied met brede wadi's, hoge, grillig gevormde kalk- en zandsteenbergen en fraai gekleurde zandduinen. Je zou het hier ook een maanlandschap kunnen noemen. Een deel van dit woestijngebied is erkend als natuurreservaat. De schaarse bebouwing maakt plaats voor een enkele tent, de begroeiing wordt minder en minder  en dan alleen nog maar zand. Hoge grillig gevormde kalk- en zandsteenbergen en fraai gekleurde zandduinen. We betreden het gebied van Lawrence of ArabiaMidden tussen de bergen en de zandduinen logeren we in een dessert kamp en genieten we van de rust van de woestijn. Na aankomst trekken we eerst met een jeep door de woestijn, bekijken onderweg rotstekeningen, en klauteren over zandduinen. Het is al donker als we terug rijden. Helaas hebben we geen ondergaande zon gezien. Onderweg stopt een van de jeeps waarin wij rijden ermee: geen benzine meer, de passagiers stappen over in een andere jeep, de chauffeur moet maar zien hoe hij thuiskomt. Het is volle maan dat betekend dat we ook geen mooie sterrenhemel gaan zien, dat is wel jammer.  Na het eten liggen we languit op matrassen op een kleed midden in het kamp, er komen een paar flessen drank uit de tas van enkele medereizigers met de mededeling dat alles op moet. Als we lekker zitten te nippen komt de eigenaar van het kamp erbij zitten, Erik vraagt of hij Dutch Thee lust? Nou dat wil meneer wel proberen, hij krijgt een glaasje amaretto en dat gaat in een teug door het keelgat, de Dutch thee bevalt goed hij lust er nog wel een hahaha. Ineens staat hij op, loopt weg en komt even later terug met een schaal komkommer, een woestijn borrelhapje, bij gebrek aan iets anders wordt de schaal leeggegeten.Om goed elf uur wordt het tijd om te gaan slapen, we hebben de keuze in de tent of lekker buiten, wij kiezen voor buiten slapen, ook dat wil ik een keer ervaren. Met een aantal mensen liggen we op een rij op matrasjes, het is door de volle maan erg licht, al snel is het doodstil. Het is heerlijk buiten af en toe een briesje over de wangen heerlijk, als snel val ik in slaap. Af en toe word ik even wakker, even genieten van de sterren op deze prachtige slaapplek. Als we s’morgens wakker worden voelt alles vochtig aan. Na het ontbijt hebben we nog een wandeling door de woestijn  en dan is het tijd om in de bus te stappen voor de rit naar Aman, 6 uur rijden, een hele zit. De fietsen zijn gisteren al naar Amman vertrokken. Als we in Amman terugkomen, kunnen we meteen de fietsen in de dozen doen. S’avonds gaan we in de stad uit eten, we hebben nog een gezellige avond. Dan slapen want om drie uur worden we gewekt voor de thuisreis.

We kijken weer terug op een fantastische, pittige fietsreis, waar vooral het bezoek aan Petra, de dode zee en de grillige Woestijn een diepe indruk hebben achtergelaten.